Video-interactie-begeleiding wordt als een hulpmiddel ingezet om gedrag van leerkrachten te optimaliseren of te verbeteren. Het handelen van de leerkracht in de klas is het startpunt van de begeleiding. De vraag van de leerkracht staat centraal.
Voorbeelden uit de praktijk van alledag:
- Annika is leerkracht van groep 5. Ze bereidt haar lessen goed voor, maar het resultaat valt vaak tegen. Haar lessen zijn voor de kinderen niet boeiend, het stemgebruik monotoon en saai. De leerlingen worden te weinig bij de instructie betrokken. Vaak gaan de kinderen met veel misbaar aan de gang met een opdracht. Hier en daar hoor je: “niks aan”, “stom”, sommigen zitten onderuitgezakt. Tijdens het maken van de opdracht maakt Annika veel opmerkingen zoals: “Anton aan het werk”, “jij ook doorwerken, straks heb je weer niets op papier”.
- Bij Ines in groep 2 is het in de kring een rommelig gedoe, kinderen zijn snel afgeleid, snel geïrriteerd door de buurman, bij het zingen doet niet iedereen mee. Na de kring maken de kinderen hun keuze bij het planbord. Er is veel gedrang om de eerste te zijn. Tijdens het speelwerken zie je sommige kinderen van het ene naar het andere fladderen, er is veel lawaai, kinderen lopen de klas uit. Ines ziet weinig problemen.
- De kinderen van meester Anton, een startende leerkracht, doen vaak niet wat hij wil. Hij wordt er af en toe heel somber van.
- Marieke ziet weinig mogelijkheden een leerling uit haar klas beter op te laten letten en zijn werkhouding te verbeteren.